Voorbeelden van competenties

Hieronder vind je een lange lijst met competenties, wanneer je weet wat jouw talenten zijn dan is het ook makkelijker om een stage of werkplek te vinden die goed bij je past.

Energie
Laat enthousiasme en inzet zien in werk of samenwerking. Houdt een hoog tempo vol en stimuleert anderen.
Motiveren
Kan zichzelf en anderen aanzetten tot actie, ook bij tegenslag of weerstand.
Aanpassingsvermogen
Reageert flexibel op veranderingen en weet zich snel aan te passen aan nieuwe situaties.
Integriteit
Handelt eerlijk en betrouwbaar, ook als dat nadelig is voor zichzelf.
Tactisch gedrag
Weet zorgvuldig met gevoelige situaties om te gaan zonder anderen voor het hoofd te stoten.
Sensitief reageren
Heeft oog voor de gevoelens van anderen en speelt hierop in met begripvol gedrag.
Loyaliteit
Toont zich trouw aan collega's, organisatie en afspraken.
Oordeelsvorming
Weegt argumenten zorgvuldig af en komt tot een goed onderbouwd oordeel.
Presenteren
Kan ideeën of resultaten helder en overtuigend overbrengen aan een groep.
Gesprek voeren
Voert doelgerichte gesprekken en weet daarin goed te luisteren en te reageren.
Netwerkvaardigheid
Bouwt en onderhoudt relaties die van nut zijn voor het werk of project.
Visie
Heeft een heldere kijk op de toekomst en weet anderen hierin mee te nemen.
Uitdrukkingsvaardigheid (mondeling)
Drukt zich helder en begrijpelijk uit in gesprekken en presentaties.
Uitdrukkingsvaardigheid (schriftelijk)
Formuleert teksten op een duidelijke, correcte en doelgerichte manier.
Groepsgericht leiderschap
Stuurt een team aan en zorgt voor goede samenwerking binnen de groep.
Klantgerichtheid
Zet zich in om de behoeften van de klant te begrijpen en hierop in te spelen.
Innovatief handelen
Komt met originele oplossingen en durft buiten de gebaande paden te denken.
Delegeren
Weet taken effectief te verdelen en vertrouwt op de uitvoering door anderen.
Probleemanalyse
Kan problemen doorgronden, oorzaken achterhalen en verbanden leggen.
Mensgericht leiderschap
Stuurt mensen aan op een manier die motiveert en rekening houdt met persoonlijke behoeften.
Onafhankelijkheid
Durft zelfstandig beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen.
Resultaatgericht werken
Werkt doelgericht en zet zich actief in om afgesproken resultaten te behalen.
Sociabiliteit
Legt gemakkelijk contact met anderen en stelt zich sociaal en toegankelijk op.
Luisteren
Geeft aandacht aan de ander en luistert actief naar wat er wordt gezegd.
Vasthoudendheid
Blijft doorgaan tot een doel bereikt is, ook bij tegenslag.
Doorzettingsvermogen
Geeft niet op bij obstakels, maar zoekt actief naar manieren om verder te komen.
Durf
Neemt initiatief en durft risico’s te nemen als dat nodig is.
Omgevingsbewustzijn
Houdt rekening met ontwikkelingen in de omgeving en anticipeert daarop.
Omgaan met details
Werkt nauwkeurig en heeft oog voor kleine maar belangrijke aspecten.
Inzicht in de omgeving
Begrijpt hoe interne en externe factoren invloed hebben op de situatie.
Samenwerken
Werkt effectief samen met anderen om gezamenlijke doelen te bereiken.
Zelfsturing
Stelt eigen doelen en stuurt eigen leerproces en gedrag bij waar nodig.
Zelfkennis
Kent eigen kwaliteiten, valkuilen en grenzen en houdt hier rekening mee.
Ondernemerschap
Signaleert kansen en weet deze om te zetten in concrete acties of projecten.
Leiderschap
Stuurt anderen aan, neemt verantwoordelijkheid en zorgt voor richting en besluitvorming.
Leervermogen
Is bereid en in staat om nieuwe kennis en vaardigheden snel eigen te maken.
Flexibel reageren
Past gedrag of aanpak aan bij veranderende omstandigheden of feedback.
Financieel bewustzijn
Heeft inzicht in kosten, baten en financiële consequenties van keuzes.
Overtuigen
Weet anderen met argumenten te bewegen tot een bepaald standpunt of actie.
Stressbestendigheid
Blijft effectief functioneren onder druk of bij tegenslag.
Initiatief ontplooien
Komt zelfstandig in actie en onderneemt dingen zonder af te wachten.
Assertiviteit
Komt op voor eigen mening of belangen zonder anderen tekort te doen.
Discipline
Blijft consistent werken aan taken, ook als ze lastig of saai zijn.
Conceptueel denken
Denkt in abstracte termen en ziet het grotere geheel.
Onderhandelen
Zoekt naar win-win situaties in gesprekken en weet belangen af te wegen.
Organisatiesensitiviteit
Begrijpt formele en informele verhoudingen binnen een organisatie.
Confronteren
Durft zaken aan te kaarten en anderen aan te spreken op gedrag.
Flexibiliteit
Schakelt gemakkelijk tussen taken of rollen en kan omgaan met verandering.
Creatief denken
Bedenkt originele oplossingen voor bestaande of nieuwe problemen.
Plannen en organiseren
Stelt prioriteiten, plant effectief en voert gestructureerd uit.
Voortgangscontrole
Houdt zicht op voortgang en grijpt in waar nodig.
Kritisch
Onderzoekt informatie grondig en durft vragen te stellen bij vanzelfsprekendheden.
Impressie
Maakt een goede en overtuigende indruk op anderen in sociale situaties.
Zelfontwikkeling
Werkt actief aan persoonlijke groei en professionele ontwikkeling.
Organiseren
Regelt de benodigde middelen en processen om doelen efficiënt te behalen.
Accuratesse
Werkt foutloos en precies, met oog voor detail.
Anticiperen
Ziet mogelijke problemen of kansen vroegtijdig en handelt proactief.
Coachen
Begeleidt en stimuleert anderen in hun leer- of ontwikkelproces.
Analyserend vermogen
Ontleedt complexe situaties en trekt logische conclusies.
Besluitvaardigheid
Neemt tijdig beslissingen en staat achter gemaakte keuzes.
Ambitie
Streeft naar verbetering en het behalen van steeds hogere doelen.
Conflicten beheersen
Houdt het hoofd koel in conflictsituaties en zoekt naar oplossingen.

Navigatie

« Wat zijn competenties Zelfonderzoek wie ben ik »